
Gisteren is de slapende reus gewekt. Om een aantal machinisten op te leiden is besloten om nog een paar dagen het ir. D.F. Woudagemaal in Lemmer onder stoom te brengen. Een fors gebouw, strak gebouwd in de stijl van Berlage. Van een collega hoorde ik dit en besloot toch maar om een kijkje te nemen. Vanuit de verte is de hoge schoorsteen al te zien. Je verwacht een grote witte rookpluim, nee hoor.

Bij het gemaal aangekomen werden we in groepen rondgeleid. Als we door de deur het gebouw binnengaan komen we in het ketelhuis. Hier staan 4 geweldige ketels waar het water door middel van zware olie naar een temperatuur gebracht van 100 graden. Dan denk je.... klaar! Nee, nee! Dat kan niet. De stoom moet doorverhit worden naar 300 graden, dan pas is het droge stoom. Het is een kwestie van iets meer, iets minder, een kwestie van regelen is de kunst van de machinist. En, vooral geen witte rook uit de pijp. Op dat moment ontsnapt er energie die niet gebruikt is. Zo! dat weten we dan ook weer. Die droge stoom vervolgt zijn weg door kleurige pijpen naar de stoommachine.


We lopen verder naar de majestueuze machinehal. Door de eigenschappen van de Amsterdamse school waan je je in een kathedraal. Er heerst serene rust. De zwarte stoommachines en vliegwielen drijven de acht pompen aan, ze verplaatsen 6 miljoen liter water van het land naar de zee. Het doet me onmiddelijk denken aan het bekende gezegde "water naar de zee dragen", beslist niet altijd onzinnig dus. Een schitterend moment, zonlicht door de ramen valt op massief staal en gepoetst koper. De deur sluit achter ons.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten